Continuous Performance Test

Testcode CPT. Dit is het klassieke paradigma voor het meten van volgehouden aandacht en concentratie met alfanumerieke stimuli. Een groot aantal stimuli komt één voor één op het scherm. Een reactie (spatiebalk, muisklik of scherm aanraken) is slechts vereist als een bepaalde combinatie van 2 stimuli (target) wordt aangeboden: bijvoorbeeld de letter F voorafgegaan door de letter E. Deze combinatie komt heel infrequent voor (standaard in 10% van de aanbiedingen, maar het percentage is te verlagen of verhogen).
De aanbiedingen kunnen worden verdeeld over een aantal blokken waarbinnen de targets in gelijke mate voorkomen, waardoor time-on-task effecten te bestuderen zijn. Eventueel kan als target voor een reekslengte van 3 gekozen worden (bijvoorbeeld slechts reageren op een X als dit vooraf gaat door E en daarna F). Zowel voor de targets als voor de complete stimulus-set kan gekozen worden uit letters, cijfers, andere leestekens, wingdings, of alle symbolen door elkaar. Deze keuzemogelijkheid zal worden uitgebreid met plaatjes als stimuli. Stimuli kunnen sequentieel aangeboden worden (figuur links), maar ook als “lichtkrant”, waarbij de volgende stimulus rechts op het scherm aansluit (figuur rechts). Ook de maximale “breedte” van de lichtkrant is instelbaar.

In de rapportage worden per blok de gemiddelde en mediane RTs vermeld, alsmede de aantallen false negatives (FN) en false positives (FP). Ook wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende typen FP’s. Bijvoorbeeld bij instelling van de target op “F na E” kunnen fouten ontstaan als: “enkel E”, “E geen F”, “enkel F” en random fouten. Aan de hand van de frequentie van de verschillende typen fouten kunnen op grond van theoretische aannamen aanwijzingen worden verkregen voor verhoogde impulsiviteit (relatief veel “E geen F” en “enkel E” fouten), of juist aandachtstekort (relatief veel “enkel F” fouten, random fouten en veel FN’s).

Normen zijn beschikbaar van twee groepen personen met licht cognitieve stoornissen (kinderen tot 19 jaar, en volwassenen), alsmede van patiënten met een stoornis uit het psychotisch spectrum. Er zijn 5 normvariabelen: percentage correct, mediane RT, standaard deviatie van RT, percentage FN en aantal FP. Op grond van deze 5 variabelen wordt een verhalend rapport gegenereerd.

Voorbeeld van een verhalend rapport:

“Vergeleken met de geselecteerde normgroep presteert deze persoon op deze taak in het algemeen normaal. Snelheid van reageren over is het geheel genomen traag. Deze persoon vertoont een zwakke volgehouden aandacht, zoals blijkt uit de variabiliteit van de reacties. Er is sprake van aandachtstekort getuige het aantal fout negatieven. En op grond van het aantal fout positieven is er geen sprake van impulsiviteit.”

References:
Rosvold, H.E., Mirsky, A.F., Sarason, I., Bransome, E.D. & Beck, L.H. (1956). A continuous performance test of brain damage. Journal of Consulting Psychology, 20, 343-350