Testcode TMT. Deze test meet cognitieve flexibiliteit of het vermogen tot concept shifting. De Trail Making Test (TMT) bestond oorspronkelijk uit 2 subtaken: A. cijfers verbinden, en B. om en om cijfers en letters verbinden (Reitan, 1956). In deze versie is een subtaak “letters verbinden” tussengevoegd, om te kunnen controleren in hoeverre men het alfabet kent. Een instelling op afname van de 2 oorspronkelijke subtaken is echter mogelijk.
Voor kinderen van 5 t/m 7 jaar en kinderen van 8 t/m 17 jaar zijn er aangepaste subtests. Elke subtest wordt vooraf gegaan door een oefenopgave met 8 elementen. In de “volwassen” versie heeft elke deeltaak 26 elementen, die met elkaar moeten worden verbonden. Voor de responswijze kan gekozen worden tussen: “schuiven met de muis” (met zichtbaar “rafelig” spoor, zie figuur), of “klikken op volgende rondje” (met rechte verbindingslijnen). Op een tablet pc kunnen de elementen zo nodig met de vinger worden aangetikt. Er is voortdurend feedback over de correctheid van het spoor middels het groen (correct) of rood (incorrect) kleuren van de elementen.

Scoring: De individuele tijden tussen de elementen worden geregistreerd. Het verschil in RT (totaaltijd) tussen de 3e en eerdere subtaken is de maat voor cognitieve flexibiliteit. Deze maat is de basis voor de normtabellen.

Normen: Er zijn normen van kinderen in 3 leeftijdsgroepen gebaseerd op deze pc-versie, alsmede van een groep sporters. Daarnaast zijn er normen van volwassenen opgenomen gebaseerd op de papier & potlood versie. De rapportage kan worden voorzien van een persoonlijke interpretatie. 

References.
Reitan, R. (1956). Trail Making test: Manual for administration, scoring, and interpretation. Bloomington: Indiana University.

TMT2