Corsi Blocks

Corsi Blocks Tapping Test (testcode: CORSI)

Deze test meet de nonverbale geheugenspanne, als benadering van het visuospatiële korte termijn geheugen (Milner, 1971). Op het scherm zijn standaard 9 groene vierkanten (versie voor volwassenen) of rondjes (versie voor kinderen; zie figuur) te zien. Een toenemend aantal vierkanten (te beginnen met 2) krijgt, na elkaar, even een blauwe kleur. Bedoeling is om met de muis de reeks in dezelfde volgorde na te klikken. Er zijn standaard twee aanbiedingen van een bepaalde reekslengte. Als tenminste 1 van de aanbiedingen van een reekslengte correct is, wordt de reekslengte van de volgende twee aanbiedingen 1 element langer. Dit gaat zo door tot het foutencriterium bereikt is, of tot de maximale score is behaald. De blokspanne is dan de reekslengte die nog correct gereproduceerd werd. Ook wordt een “totaalscore” berekend: de blokspanne x het totaal aantal correcte reproducties. De groene rondjes in de kinderversie stellen volgens de aangepaste instructie leliebladeren in het water voor. Een kikker springt daar van blad naar blad en het kind moet het traject na-klikken.

Er zijn 3 subtaken mogelijk: A. blokspanne vooruit, B. blokspanne achteruit, C. supraspan taak. De laatste taak bestaat uit een aantal trials met reekslengte: spanne-vooruit + 1. Ook wordt de eerste reeks bij elke 3e trial herhaald. Scores daarbij zijn het totaal aantal correcte trials, en het aantal correcte trials van de herhalingen. De laatste score is een extra meting van het werkgeheugen.

Andere mogelijke aanpassingen betreffen o.a. het aantal elementen op het scherm (max 9) en de posities op het scherm (random of een vast patroon). Men kan ook kiezen uit verschillende vaste configuraties van reeksen, of de reeksen random laten samenstellen. Voorts zijn ook de temporele aspecten van een aanbieding aan te passen (“flitstijd” en intervaltijd), en kan de test zodanig ingesteld worden dat er 2 reeksen van dezelfde lengte correct moeten zijn (in plaats van 1) voordat de reeks langer wordt. Tenslotte is in subtaak C het aantal trials te bepalen en het patroon van herhaalde reeksen (elke 3e, elke 4e, enz).

Er zijn normen van gezonde vrijwilligers, alsmede van linkerhemisfeer- en rechterhemisfeer-patiënten (subtest A gebaseerd op de oorspronkelijke face-to-face test). Daarnaast zijn er normen van adolescenten (subtest A en B, pc-versie), en van mensen met licht cognitieve stoornissen.

References:

Milner,B. (1971). Interhemispheric differences in the localization of psychological processes in man. British Medical bulletin, 27,272-277