Testcode: IAT. In (standaard) zeven taken (blokken) dienen plaatjes en/of woorden gesorteerd te worden in twee verschillende categorie-systemen, die over de hele test afzonderlijk en gecombineerd voorkomen. Er is een categorie-systeem “Doelgroep”, bijv. Nederlander vs asielzoeker, en een categorie-systeem “Attribuut”, bijv goed vs slecht. Steeds moet gekozen worden tussen een knop links op het scherm en een knop rechts (aanklikken met de muis, of aanraken met de vinger bij gebruik van een touch screen). Reacties kunnen ook gegeven worden via twee toetsen op het toetsenbord, of er kan gebruik worden gemaakt van een externe button box. In het laatste geval is de reactietijd nauwkeuriger. Er is onmiddellijke feedback bij fouten en een fout moet onmiddellijk gecorrigeerd worden.

In taak A gaat het ter oefening om sorteren (plaatjes of woorden) naar de twee categorieën van de Doelgroep dimensie. In taak B gaat het om sorteren (oefening) van woorden naar de twee categorieën van de Attribuut dimensie. Taken C en D zijn combinaties van taken A en B, d.w.z. doelgroepstimuli en attribuutstimuli worden door elkaar aangeboden en elke stimulus moet in één van de categorie-systemen gesorteerd worden.

Taak E is identiek aan taak A behalve dat vanaf deze taak de plaatsen van de doelgoep-categorieën (links/rechts op het scherm) verwisseld zijn. Taken F en G zijn weer de combinaties van doelgroepstimuli en attribuutstimuli, maar ook weer met de doelgroep-categorieën verwisseld.

In de uitwerking worden geheel volgens het scoringsprotocol van Greenwald (2003) de reactietijden gestandaardiseerd en de gemiddelde RT van taken C en D afgetrokken van die  uit taken F en G. (= de IAT-score). Interpretatie van deze score: hoe hoger deze verschilscore hoe sterker het impliciete vooroordeel.

Beschikbare Thema’s in Minds zijn tot nu toe:

– Asielzoekers: 12 verschillende afbeeldingen in de Doelgroep dimensie, 12 verschillende woorden in de Attribuut dimensie. Taak: sorteren foto’s op NEDERLANDER/ASIELZOEKER, woorden op GOED/SLECHT

– Religie: 12 plaatjes sorteren op CHRISTEN/MOSLIM, 12 woorden sorteren op GOED/SLECHT

– Alpha_Omega: 12 woorden sorteren op groeplidmaatschap (Alpha en Omega), en 12 attribuutwoorden sorteren op GOED/SLECHT.

– Criminaliteit: 12 foto’s Autochtoon/allochtoon, 12 woorden sorteren op crimineel / niet-crimineel

– Intelligentie: foto’s idem, 12 woorden sorteren op hoog IQ / laag IQ

– Luiheid: foto’s idem, 12 woorden sorteren op actief / lui

– Macht: 30 namen voor MANNEN en VROUWEN (groepscategorie), en 28 woorden sorteren op STERK/ZWAK (attributen)

– Relatie: 30 namen voor MANNEN en VROUWEN (groepscategorie), en 28 woorden te sorteren op KOUD/WARM (attributen)

– Relations: 8 foto’s sorteren op RELATIONEEL NIET-ANGSTIG en RELATIONEEL ANGSTIG; 8 attribuutwoorden te sorteren op IK/NIET-IK

– Gender: 16 woorden voor MANNEN en VROUWEN (groepscategorie), en 16 woorden sorteren op PRETTIG/ONPRETTIG (attributen)

– Military: 16 woorden voor MILITAIRE en NIET-MILITAIRE BEROEPEN (groepscategorie), en 16 woorden te sorteren op MANNELIJKE en VROUWELIJKE TREKKEN (attributen)

Het is mogelijk via de bestanden IAT.QC en PARAMS.QC zelf thema’s en stimuli (plaatjes in jpg of bmp format) in te brengen. Het is ook mogelijk om te controleren op volgorde-effecten (volgorde taken ABCDEFG vs EBFGACD).

Bij de individuele rapportage kan de behaalde IAT-score vergeleken worden met een normgroep (studenten). Normtabellen bestaan voor de thema’s “Asielzoekers”, “Religie”, “Macht” en “Relatie”.

References.

Greenwald,A.G., Nosek,B.A. & Banaji,M.R. (2003). Understanding and using the Implicit Association Test: An improved scoring algorithm. Journal of personality and Social psychology, 85, 197-216.