Gezichten Test – gevoeligheid waarneming en respons bias bij schematische gezichten
Testcode: FACES. Deze taak maakt gebruik van plaatjes zoals die ook door Öhman, Lundqvist & Esteves (2001) in onderzoek zijn gebruikt (zie bovenste figuren). De instelbare testparameters bieden veel mogelijkheden voor experimenteel onderzoek. Standaard (zoals door ons gebruikt, maar instellingen zijn te wijzigen) zijn er na een oefenblok 2 subtaken (blokken) met elk 50 trials. Bij elke trial wordt een matrix met 9 gezichten getoond, waarbij de taak is aan te geven of er een afwijkend gezicht bij is. In de helft van het aantal trials is er een afwijkend gezicht, in de andere helft zijn ze identiek. In een van de blokken gaat het om een boos gezicht temidden van neutrale gezichten, in het andere blok gaat het om een blij gezicht temidden van neutrale. De gezichten worden in normale stand aangeboden, maar het is mogelijk de gezichten ondersteboven te tonen. De aanbieding is zeer kort (50 ms), en backward masking wordt toegepast door gedurende 200 ms een random patroon van lijntjes over de gezichten aan te bieden. De gezichten worden t.o.v.elkaar verticaal iets verschoven om herkenning op basis van “lijndetectie” te bemoeilijken (zg. jitteren).
De taak kan ook worden uitgevoerd met verder geabstraheerde “schilden” waarbij sprake is van symmetrie in het verticale vlak (onderste figuren).
Op basis van het percentage hits en false alarms worden de resultaten verwerkt met de signaal detectie methode, leidend tot een d` (d-prime) en een ß (beta). De d` is een maat voor de gevoeligheid en scherpte van de waarneming (hoe hoger hoe gevoeliger de waarneming), de ß is een maat voor responsbias (hoe lager hoe meer men geneigd is in geval van twijfel te beslissen dat er een afwijkend gezicht (“signaal”) aanwezig is.

Het gaat bij deze taak vooral om het onderscheid in waarneming van boze en blije gezichten. De rationale achter samenstelling en toepassing van deze taak is het idee dat boze gezichten sneller en beter worden gedetecteerd dan blije (een stelling die vanuit evolutionair gezichtspunt te verdedigen is). Dit onderscheid komt duidelijk naar voren uit de data. Toevoeging van gezichten in omgekeerde stand is om aan te tonen dat het boos-blij effect niet slechts op basis van verschil in fysieke configuratie tot stand komt, maar inderdaad op basis van emotie.
Een normreferentie (studentenpopulatie) voor zowel de gezichten- als de schildenversie heeft betrekking op de d` en ß maten.

References.
Öhman, A., Lundqvist, D. & Esteves, F. (200). The face in the crowd revisited: A threat advantage with schematic stimuli. Journal of Personality & Social Psychology, 80, 381-396.