Blatant and Subtle Prejudice Scale
Auteurs : Pettigrew en Meertens. Meet met 20 vragen op vrij onverholen (= blatant) en op subtiele wijze de mate van vooroordeel t.a.v. allochtone Nederlanders(vergelijk de Impliciete Associatie Test). Uitwerking van scores is naar twee “blatant” en drie “subtle”  subschalen. De blatant subschalen zijn Blatant – Threat & Rejection en Blatant – Intimacy; de subtle subschalen zijn Subtle – Traditional Values, Subtle – Cultural Differences, en Subtle – Positive Emotions. Normen zijn gebaseerd op onderzoek bij een groot aantal eerstejaars psychologiestudenten.

Defense Mechanisms Inventory
Auteurs: Gleser & Ihilevich (1969). Vertaald en bewerkt door Passchier & Verhage (1986). Aan de hand van korte probleem-verhaaltjes (vignetten) en mogelijke reactiewijzen daarop worden 5 defensiemechanismen kwantitatief gemeten. Dat zijn: Turning Against Object (TAO), PROjection (PRO), PRiNcipalization (PRN), Turning Against Self (TAS) en REVersal (REV). Zie voor een beschrijving daarvan onderstaande referenties. Naar aanleiding van deze scores wordt een repressie-score berekend (REP = REV + PRN – TAO –PRO). Oorspronkelijk waren er 10 vignetten, die 5 conflictgebieden representeren (2 beschrijvingen per gebied): autoriteit, onafhankelijkheid, masculinity/feminity, competitie en “situationeel”. In ons onderzoek (zie Brand, 1994) is een verkorte versie gebruikt met 5 vignettes. Een tweede afwijking van de oorspronkelijke opzet is dat wij een Likert-versie hebben gebruikt i.t.t. de oorspronkelijke “ipsatieve” vorm. In de ipsatieve vorm worden de 5 mogelijke reactiewijzen (= de 5 defensiemechanismen) tegelijk aangeboden als antwoordalternatieven op een vraag, en moet men daar twee van kiezen (MEEST waarschijnlijke reactie en MINST waarschijnlijke reactie). In de Likert-vorm wordt elk mogelijke reactiewijze afzonderlijk aangeboden en dient men op een 5-punt schaal de waarschijnlijkheid van de reactiewijze aan te geven. Globaal zijn er 4 vragen: hoe reageer je in werkelijkheid, wat zou je impulsief (in fantasie) doen, welke gedachte komt er bij je op, en hoe voel je je daarbij en waarom.
De test is met 3 parameters in te stellen: Responswijze (Likert of Ipsatief), Lengte van de lijst (Lange versie, Korte versie met standaard samenstelling, of Vrij), en Vrije samenstelling (hierbij kan men de lijst met verhaaltjes naar willekeur samenstellen).  Normen (voornamelijk gebaseerd op onderzoek bij psychologiestudenten) hebben betrekking op de verkorte versie in Likert vorm. Voor psychometrische eigenschappen, zie de referenties.
References:
Brand, A.N. (1994). Defensiemechanismen. Psychologie en Computers, 11, 139-145.
Gleser, G.C & Ihilevich, D. (1969). An objective instrument for measuring defense mechanisms. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 33, 51-60.

Optimisme Lijst
Ook wel Levens Oriëntatie Test genoemd. Auteurs: M.F.Scheier en C.S.Carver. Bestaat uit 12 vragen, waarvan 4 positief gestelde en 4 negatief gestelde items, en 4 controle items. De items worden beantwoord op een 5-punts Likert schaal. Er zijn normen gebaseerd op werk met studenten.

Zenhausern Hemisphere Preference Test
Meet  de veronderstelde mate van linker- of rechter-hemisfericiteit. Hemisfericiteit wordt omschreven als de voorkeur of neiging tot strategieën of gedrag dat toegeschreven wordt aan activiteit van linker of rechter cerebrale hemisfeer. De linker hemisfeer heeft vooral te maken met verbale en analytische activiteit, de rechter hersenhelft ondersteunt meer visueel-ruimtelijke en holistische functies. De test bestaat uit 20 vragen die elk op een 10-puntsschaal beantwoord dienen te worden. Er zijn normtabellen gebaseerd op gegevens van mannelijke en vrouwelijke studenten.
References:
Muris,P. & Merckelbach,H. (1997). Het meten van hemisfericiteit: de Zenhausern Preferentie Test (ZPT). Gedrag & Gezondheid, 25, 33-37.

Computer Attitude Schaal
Auteur: T.K.Bouman (1989). Meet met 16 vragen de attitude (positief, negatief) t.a.v. computers en automatisering. Er is een normtabel gebaseerd op onderzoek bij psychologiestudenten.