Adjectieven Lijst:  Oorspronkelijke auteurs: Gough & Heilbrun (1983); vertaling van L.Segers. Deze checklist bevat een groot aantal (300) persoonlijkheidseigenschappen in de vorm van adjectieven die door de participant aangevinkt kunnen worden als hij/zij vindt dat deze op hem/haar van toepassing zijn. Er zijn 2 subtests: feitelijk zelfbeeld en ideaal zelfbeeld. De scoring is zeer uitgebreid en o.a. gebaseerd op het behoeftensysteem van Murray (1938), bijv. “Agressie”, “Inlevingsvermogen”, “Autonomie”, “Doorzettingsvermogen”. Daarnaast zijn er specifieke persoonlijkheidsschalen en schalen voor interpersoonlijk gedrag, en ook voor creativiteit en intelligentie. Er zijn voorlopige (Amerikaanse) normen. Individuele uitkomsten kunnen worden voorzien van een uitgebreid interpretatief rapport.

Eysenck Personality Questionnaire. Verkorte versie, geeft met 48 items scores op extraversie, neuroticisme, psychoticisme en sociale wenselijkheid. Bewerking: R.Sanderman e.a. (1995; NCG – Rijks Universiteit Groningen). Naast de oorspronkelijke versie met dichotome antwoord-mogelijkheid (ja/nee) kan in Minds ook gekozen worden voor een versie met een Likert 5-punts antwoord-schaal. Er zijn normen van de oorspronkelijke p&p versie en van de pc-versie (studenten).

Leidse Zelfwaarderings Lijst.  Auteur: H. de Cocq van Delwijnen (Rijks Universiteit Leiden: afdeling Persoonlijkheidspsychologie. Een lijst met 86 vragen over gevoelens over zichzelf. De vragen zijn toegespitst op het vroegere zelfbeeld, het huidige zelfbeeld, en het toekomstige zelfbeeld (verwachtingen). Naast scores op deze 3 schalen, wordt er nog een vierde score berekend, namelijk die voor sociale wenselijkheid. Normen worden uitgedrukt in stanines, en zijn o.a. beschikbaar van mannelijke en vrouwelijke studenten.

Multidimensional Locus of Control.  Ontwikkeld door H. Levenson (1981), vertaald door J. Brosschot. De vragenlijst bestaat uit 24 uitspraken, waarop middels een 6-puntsschaal gereageerd kan worden, en waarmee de mate van overeenstemming met de uitspraak wordt aangegeven. De scores worden verdeeld in 1 interne en 2 externe dimensies van locus of control: Internal Locus of Control, Powerful Others, en Chance. Er zijn normen gebaseerd op een groep van 210 psychologiestudenten.

Nederlandse Verkorte MMPI. Auteurs: F.Luteijn & A.R.Kok (1985). Deze sterk verkorte MMPI kan de volledige MMPI vervangen. De lijst bestaat uit 83 uitspraken. De onderzochte moet bij elke uitspraak aangeven in hoeverre deze op hem/haar van toepassing is, op een 3-punts schaal (Juist – ? – Onjuist). Deze items zijn niet-overlappend verdeeld over 5 schalen: Negativisme, Somatisering, Verlegenheid, Ernstige Psychopathologie en Extraversie. Normgroepen betreffen die uit de oorspronkelijke handleiding (Algemeen, Psychiatrische patiënten, Somatische patiënten), alsmede mannelijke en vrouwelijke studenten, en een groep personen met licht cognitieve stoornissen.

Pavlov Temperament Survey.  Auteurs: G.L.van Heck, B.de Raad & A.J.J.M.Vingerhoets (1993). Met 58 vragen worden 3 aspecten van temperament gemeten, uitgaande van ideeën van I.P.Pavlov. Deze aspecten, die geassocieerd zijn met bepaalde eigenschappen van het centrale zenuwstelsel, zijn: sterkte van excitatie(SE), sterkte van inhibitie (SI), en mobiliteit van zenuwprocessen (MO). Er zijn 2 normtabellen: 1. Normgroep Tilburg (n=338, 55M,283V), gebaseerd op de paper & pencil versie; 2. Studenten en medewerkers UU (n=89, mannen), gebaseerd op de pc-versie. Hoogscoorders op SE volharden in eenmaal voorgenomen activiteiten, zelfs in bedreigende situaties, in zeer intense omstandigheden zijn zij eerder ondernemend dan passief, houden van riskante activiteiten, blijven emotioneel stabiel onder zware sociale of fysieke druk, en blijven onder druk veelal even effectief in hun activiteiten. Hoogscoorders op SI zijn vaak sociaal-wenselijk en conformerend, hebben geen moeite met het tijdelijk opschorten van een lopende taak, kunnen makkelijk hun reacties uitstellen als dit gewenst is, en zijn ook in staat om hun emoties te onderdrukken als dit vereist wordt. Hoogscoorders op MO reageren adequaat op onverwachte situatie-veranderingen, passen zich gemakkelijk aan aan nieuwe omgevingen, gaan gemakkelijk van de ene activiteit over in een andere. Zij wisselen gemakkelijk van stemming, en hebben geen problemen met het gelijktijdig verrichten van verschillende activiteiten.

Sense of Coherence.  Afkomstig van A. Antonovsky: “The Sense of Coherence as a Determinant of Health”. In J.D. Matarazzo (Ed) Behavioral Health: A Handbook of Health Enhancement and Disease Prevention. New York: John Wiley & Sons, 1984. Meet met 29 vragen van levensbeschouwelijke aard de “globale oriëntatie dat de wereld begrijpbaar, beheersbaar en betekenisvol is”. Naast een totaalscore zijn er 3 subschalen: comprehensibility, manageability, en meaningfulness. In Minds is een normtabel opgenomen gebaseerd op antwoorden van 69 studenten (pc-versie).